Het olifantengeloof

Ik zal rond de 17 zijn geweest. Ik zat aan de keukentafel tegenover mijn moeder.

Ik had vragen.

Ik liep vast.

Ik was aan het betwijfelen of wat mij allemaal ooit geleerd was wel dé waarheid was.

Gelukkig heeft mijn moeder hetzelfde karakter als mij. Zij zet geen uitroepteken achter een zin, nee, er komt een vraagteken.

Altijd zoeken.

Altijd groeien.

Daar voelen we ons fijn.

Dus de vraag zorgde niet voor paniek bij mijn moeder. Ze besloot in al haar wijsheid mij een metafoor mee te geven die, en dat zal ze op dat moment niet doorgehad hebben, mijn leven heeft veranderd.

Ze vertelde dat waarheid is alsof je 10 blinde mensen rond een olifant zet. Deze blinde mensen hebben nog nooit een olifant gezien.

Als we aan de eerste blinde persoon vragen wat een olifant is, antwoordt deze dat een olifant een hele grote boomstam is.

De volgende blinde zegt vervolgens vol overtuiging: “Nee, een olifant is net als een heel groot wapperend doek.”

De volgende blinde zal roepen dat een olifant een klein staartachtig iets is met haartjes eraan.

En een ander zal roepen dat een olifant een soort dikke tuinslang is met 2 gaten aan het einde.

Enzovoort.

Enzovoort.

Mijn moeder keek mij aan en vroeg mij wie van de blinde mensen eigenlijk gelijk had.

Ik kan me dat moment nog levendig voorstellen. Want ik stamelde uit dat ze allemaal gelijk hadden, maar dat eigenlijk ook niemand tegelijk gelijk had.

Mijn moeder lachte en zei vervolgens:

“Dat klopt. Eigenlijk hebben ze allemaal een beetje gelijk, en eigenlijk hebben ze allemaal niet gelijk. Zo zit het ook met waarheid. Jij ziet een klein stukje. Een deel. Als jij denkt dat je gelijk hebt, zal je blijven haken bij dat stukje. Als jij echter het hele plaatje wil snappen, zal je moeten snappen dat jij niet volledig gelijk hebt. Jij hebt je persoonlijke waarheid. Niet dé waarheid.”

Wil jij vervolgens meer van de olifant begrijpen?

Dan zal je moeten leren luisteren naar andere blinde mensen.

Nieuwsgierig zijn.

Open blijven staan.

Vanuit de wetenschap dat diegene ook niet gelijk heeft, maar ergens ook weer wel.

Deze metafoor heeft eigenlijk de rest van mijn leven getekend.

Ik ben niet meer bezig met gelijk hebben. Ik probeer nieuwsgierig te zijn en open te blijven staan.

Hoe meer ik dit deed, hoe meer ik begon te begrijpen dat mijn hersenen nooit deze hele olifant kunnen begrijpen.

Te groot.

Groter dan ik ooit zou kunnen begrijpen, ook al zou ik het willen.

Volgende identiteitscrisis geboren.

Want als mijn hersenen nooit het geheel zullen kunnen overzien. Als het groter is dan mijn besef.

Wat blijft er dan over?

Wat is het doel?

Waarom zou ik het nog proberen?

De zoeker in mij heeft graag de illusie dat we ergens naartoe werken. Dat er ergens een eindpunt is.

Wat nou als er geen eindpunt is?

Het antwoord wat bij mij ontstond was één woord:

Verwondering.

Nee, ik zal nooit die hele olifant zien of begrijpen.

Elke keer als een nieuw stukje zich ontvouwt, kijk ik vol verwondering naar wat zichzelf laat zien.

Je was nog groter dan ik ooit kon bedenken.

Nog krachtiger.

Nog mooier.

In sommige stromingen noemen ze dit “the art of not knowing”.

Snappen dat je het niet snapt.

Dan blijft er weinig over.

Nieuwsgierigheid en verwondering worden je vrienden.

Dan worden maatschappelijke discussies ineens grappig.

Want het ene wat ik zie is een blinde die de andere blinde probeert te overtuigen dat de waarheid toch echt een hele grote boomstam is.

Dit terwijl de andere schreeuwt dat de waarheid toch echt een grote slurf is.

En ondertussen luistert niemand.

Niemand vraagt:

“Wat zie jij eigenlijk?”

Misschien zit daar wel de kunst van het niet weten.

Niet proberen de andere blinde te overtuigen dat jij gelijk hebt.

Nieuwsgierig blijven naar welk stukje van de olifant jij nog niet hebt gezien.

Wil je nog wat verder verdwalen in keuzes, kronkels, vertrouwen en de merkwaardige gebruiksaanwijzing van het menselijk brein?

Volgende
Volgende

Speciale post