Mist
Ik werd de afgelopen dagen wakker in mist. Er was mist om mij heen, in de weilanden en om de koeien die daar stonden. Ik voelde ook mist in mij. Ik voelde onrust en angst omdat ik bijna niks zag. En geborgenheid omdat mijn wereld kleiner werd.
Mist heeft de gave om als een deken om je heen te vallen. En juist dit weekend was je nodig, omdat ik opnieuw mocht ervaren welke houdingen mij verzachten en welke houdingen mij uitdagen.
Mijn knieën, enkels en tenen waren dwars. Aanwezig in hun eigen fase van water — bevroren delen die ik voelde. Mijn innerlijke natuur, de taal van mijn lijf. Mijn lijf sprak: tranen die stroomden, lichaamssensaties, verlangen en grenzen.
Of was het vooral het zachter worden naar binnen? Het loslaten van wat het is of waarom het zo is.
Terwijl ik in de houding 'uplifting the pelvis' lag, met daarvoor de 'sleeping swan', voelde ik de onrust en sensatie in mijn bekken. De plek waar ik steeds zachter kan zijn en soms ook nog zo hard vandaan wil. Herinneringen die ik heb gemist en herinneringen die ik liever mis.
Mijn buik die zachter durft te worden en mijn linkerbil die luider begon te praten.
Het woord gemist draagt de mist. Het missen van diepte, uitzicht, richting en kleuren. En de geborgenheid in het nu, met jezelf als centrum en veilige haven. Zonder bestemming zijn.
Omdat de volgende stap nog niet zichtbaar is, ontstaat er angst voor het onbekende. In mijn mist is het licht even gelijk aan mijn schaduw. Om daarna drie dagen volle zon te ontvangen. Heet, vol verlangen, voedend wat nog mag volgroeien.